|
| |

Goed gebruik van de Nederlandse vlag
De Nederlandse vlag is het symbool van de
eenheid en de onafhankelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden. De vlag
behoort overal waar zij op het Nederlands grondgebied wordt ontplooid de
ereplaats te hebben. Bij de Nederlandse vlag gaat het om traditie, wellevendheid
en etiquette.
Met symbolen van de Staat ga je eerbiedig, fatsoenlijk en netjes om.
De kleuren van de Nederlandse vlag zijn helder vermiljoen, helder wit en kobalt
blauw. Een vlag moet schoon zijn en er behoort geen versiering of andere
toevoeging te worden aangebracht.
Een verkleurde of versleten vlag steken wij niet uit.
De vlag dient gehesen te worden aan een stok,
waarvan de lengte zodanig is, dat de vlag (als zij halfstok is bevestigd) nimmer
de grond raakt of het verkeer kan hinderen. Nederlandse of buitenlandse vlaggen
behoren niet tussen zonsondergang en zonsopgang gehesen te worden of te blijven.
Ten teken van rouw wordt de vlag half stok
gehesen. Hierbij wordt eerst de vlag tot de top gehesen, waarna ze langzaam
wordt neergehaald totdat het midden van de vlag op de helft van de normale
hoogte is gekomen, waarna de vlaggenlijn wordt vastgebonden.
De vlag mag nooit de grond raken of ergens tegenaan slaan. Dreigt dit te
gebeuren, dan dient de vlag met de uiterste blauwe punt aan de vlaggenlijn te
worden vastgebonden.
Bij het neerhalen van een halfstok gehesen vlag wordt deze eerst langzaam in top
gehesen en vervolgens op de zelfde wijze neergehaald.
Alleen daar waar een officiële herdenking
plaatsvindt wordt de vlag na het spelen van het Volkslied langzaam en statig in
top gehesen.
Op alle andere plaatsen blijft de vlag halfstok.
Wanneer mag ik de vlag uitsteken en wanneer
niet?
Algemene vlaginstructie
Onlangs is een nieuwe, algemene vlaginstructie opgesteld voor het uitsteken van
de vlag van de rijksgebouwen.
Voor particulieren, lokale overheden en private instellingen
bestaat een dergelijke instructie niet, maar desgevraagd wordt hen geadviseerd
de vlaginstructie voor de rijksoverheid te volgen.
Het uitsteken van de vlag gebeurt op de
onderstaande dagen
(alleen als deze dag op een zondag valt, dan geldt de datum tussen
haakjes)
Ten aanzien van het uitsteken van de
Nederlandse vlag wordt onderscheid gemaakt tussen 'uitgebreid vlaggen =
UV' en 'beperkt vlaggen = BV'.
Bij 'uitgebreid vlaggen' wordt de vlag uitgestoken van alle
rijksgebouwen, zoals gebruikelijk is op Koninginnedag. Bij 'beperkt
vlaggen' behoeft de vlag alleen te worden uitgestoken van de
hoofdgebouwen van de departementen, benevens van de hoofdgebouwen van de
niet (rechtstreeks) onder de departementen vallende instellingen, zoals
die van de Kamers der Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene
Rekenkamer, de Nationale Ombudsman, het Kabinet der Koningin en de Hoge
Raad der Nederlanden.
Vaste data voor het vlaggen
De data waarop van de rijksgebouwen of uitgebreid (UV) of beperkt (BV)
gevlagd moet worden zijn:
31 januari (1 februari)
verjaardag van de Koningin (BV)
27 april (28 april)
verjaardag van de Prins van Oranje (BV)
30 april (29 april)
Koninginnedag (UV)
4 mei (4 mei)
nationale dodenherdenking, met halfstok vlaggen van 18.00 uur tot
zonsondergang (ca. 21.10 uur zomertijd) (UV)
5 mei (5 mei)
nationale bevrijdingsdag (UV)
17 mei (18 mei)
verjaardag van Prinses Máxima (BV)
Laatste zaterdag in juni
Veteranendag (UV)
15 augustus (16 augustus)
formeel einde Tweede Wereldoorlog (UV)
3e dinsdag in september
opening van de Staten-Generaal (alleen in Den Haag) (UV)
7 december (8 december)
verjaardag van Prinses Catharina-Amalia (BV)
15 december (16 december)
Koninkrijksdag (BV)
Gebruik oranje wimpel
Op Koninginnedag en op de hierboven vermelde verjaardagen van leden van
het Koninklijk Huis wordt de vlag met oranje wimpel gevoerd. Bij alle
andere gelegenheden wordt de vlag zonder oranje wimpel gevoerd.
Vlaggen bij bijzondere gelegenheden
Bij bijzondere gebeurtenissen kan er ten aanzien van het uitsteken van
de vlag een speciale regeling komen, die telkens van geval tot geval als
bijzondere vlaginstructie bekend zal worden gemaakt. Tijdens officiële
bezoeken van vreemde staatshoofden wordt alleen gevlagd in de plaatsen
die worden bezocht.
Deze instructie vervangt de instructie van 13 september 2005.
HANDLEIDING VOOR HET GEBRUIK VAN DE NEDERLANDSE VLAG
De Nederlandse vlag is het symbool van de eenheid en de
onafhankelijkheid van het Koninkrijk der Nederlanden. De vlag behoort
overal waar zij op het Nederlands grondgebied wordt ontplooid, de
ereplaats te hebben.
De kleuren van de Nederlandse vlag
De kleuren van de Nederlandse vlag zijn:
HELDER VERMILJOEN - HELDER WIT - KOBALTBLAUW
Over de afmetingen van de vlag zijn geen voorschriften. In het algemeen
dient de lengte zich te verhouden tot de breedte als 3 : 2.
Op de Nederlandse vlag behoort geen enkele versiering of andere
toevoeging te worden aangebracht. Ook het gebruik van een vlag louter
voor versiering behoort te worden nagelaten. (Wel mag vlaggendoek voor
versiering -bijv. in de vorm van draperieën- worden gebruikt).
Het hijsen van de vlag
De vlag dient gehesen te worden aan een stok, waarvan de lengte zodanig
is, dat de vlag (ook als zij halfstok is bevestigd) nimmer de grond
raakt of het verkeer kan hinderen. Nederlandse of buitenlandse vlaggen
behoren niet tussen zonsondergang en zonsopgang gehesen te worden of te
blijven. Elke gehesen vlag moet derhalve bij zonsondergang worden
neergehaald en zonodig de volgende dag na zonsopgang opnieuw worden
ontplooid. Uitzondering hierop is mogelijk, als de vlag zodanig verlicht
wordt, dat de kleuren duidelijk te zien zijn.
Halfstok vlaggen
Het halfstok hijsen van de vlag behoort op de volgende wijze te
geschieden: eerst wordt de vlag vol gehesen, daarna wordt zij langzaam
en statig neergehaald, totdat het midden van de vlag op de helft van de
normale hoogte is gekomen, waarna de vlaggelijn wordt vastgebonden; de
vlag wordt niet opgebonden. Bij het neerhalen van een halfstok gehesen
vlag wordt deze eerst langzaam en statig vol gehesen en vervolgens op
dezelfde wijze neergehaald.
Het hijsen van meer vlaggen
Bij het hijsen van meer vlaggen behoren deze van gelijke afmetingen te
zijn en zo mogelijk op gelijke hoogte te worden gehesen. Bij het
ontplooien van twee vlaggen is de ereplaats rechts, gerekend met de rug
naar de vlaggen. Daar behoort dus de Nederlandse vlag. Bij drie vlaggen
behoort de Nederlandse vlag in het midden.
Als de provinciale en de gemeentelijke vlag naast de Nederlandse vlag
komen, is de opstelling in het algemeen (met de rug naar de
vlaggen)gemeentelijke vlag links, Nederlandse vlag midden, provinciale
vlag rechts. Alleen als het een gemeentelijke aangelegenheid betreft, is
de volgorde omgekeerd.
Indien naast de Nederlandse vlag vlaggen van andere naties worden
gehesen, is voor de onderlinge rangorde in het algemeen de eerste letter
van de namen van de betrokken landen in de Franse taal bepalend. Omtrent
de uitwerking van deze regel dient contact te worden opgenomen met de
Directie Kabinet en Protocol van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Op Koninginnedag en op de bovengenoemde
verjaardagen van de leden van het Koninklijk Huis wordt de vlag uitgestoken met
oranje wimpel.
Bij bijzondere gebeurtenissen in de Koninklijke
Familie (zoals geboorte, huwelijk en overlijden) kan er een speciale regeling
afgekondigd worden.
|
| |

|