|
|
Het
was begin 1943, in de donkerste dagen van de duitse bezetting......
De jodenvervolging was in Nederland,
net als elders in Europa in volle gang.
Per duizenden tegelijk werden de joden afgevoerd naar doorgangskampen
zoals Westerbork.

Waarvan ze na enige tijd naar de vernietigingskampen in Polen werden
gestuurd.
Ontkomen kon niet, iedereen met joodse grootouders stond geregistreerd.
Vervolgens werden ze systematisch door de duitsers en soms ook
Nederlanders opgepakt.
In maart van dat jaar werd in
Amsterdam bij de joodse familie Querido een meisje geboren.
Het was het 1e kind van deze ouders die al 11 jaar getrouwd waren en
jarenlang tevergeefs hadden geprobeerd kinderen te
krijgen.
De vader, Joseph Querido, wiens voorouders al eeuwenlang in
Holland woonden, was oorspronkelijk kleermaker.
Hij werkte als coupeur in een atelier voor herenkleding in Amsterdam.
Met zijn vrouw Til woonde hij in Amsterdam-zuid, vlakbij haar
ouders de familie Spijer en een huisvriend, dhr.
Izak Wertheim.
Deze laatste was vertegenwoordiger in stoffen o.a. voor herenkleding .
Een
van zijn klanten was dhr Gerrit Koenekoop, uit Bleiswijk.
Dhr Gerrit Koenekoop woonde op nummer 47 in de Dorpsstraat en

had daar een herenkapperszaak annex kleermakerij.
Door de jaren heen was hij met dhr Wertheim, ook een joodse man,
bevriend geraakt en zo ook in contact gekomen met de fam. Querido.
Toen het duidelijk werd dat de joden in groot gevaar verkeerden,
deed dhr Koenekoop een opmerkelijk alsmede uitzonderlijk aanbod.
Hij zei letterlijk:
“als jullie in moeilijkheden komen weet dan
dat hier je vrienden zijn”.
Dhr. Wertheim, die inderdaad al een oproep voor deportatie had
gehad,
ging op een zaterdagmiddag naar Bleiswijk waar hij bij de familie
Koenekoop kon onderduiken.
Als we over het Bleiswijk van de
jaren 40 spreken,
moet men zich iets heel anders voorstellen dan het huidige
Bleiswijk.
Het dorp telde hoogstens 3 duizend inwoners, de boeren meegerekend.
Het bestond uit de Dorpsstraat, de Kerkstraat , de “Plaats” en nog 2 a 3
andere straten.
Iedereen kende elkaar en zeker Gerrit Koenekoop een man van de oude
stempel.
Moedig, rechtvaardig vol kracht, wijsheid en vooral met een groot moreel
besef .
Een gelovig man die vaak diepgaande gesprekken had met de dominee.
Voor hem was het begrip naastenliefde geen ijdel woord
maar hij vond dat dat ook in de praktijk gebracht diende te
worden.
Hij was getrouwd Cathrien van Mourik.
Die zo mogelijk door haar goede daden en uitzonderlijke kwaliteiten,
een nog groter voorbeeld van rechtschapenheid was.
Het echtpaar had in die tijd vier bijna volwassen kinderen, die
allen nog thuis woonden;

3 dochters en een zoon Jan, die meehielp in de scheerwinkel.
In Amsterdam sloeg in Juni l943 voor
de familie Querido het noodlot toe.
Hoewel
ze de eerste maanden van het jaar uit de klauwen van de duitsers hadden
weten te blijven,
werden ze half juni samen met hun baby van 3 maanden opgepakt en
opgesloten in
de Hollandse Schouwburg in Amsterdam.
Destijds een verzamelplaats voor opgepakte joden en thans een
herdenkingsmonument.
De ouders van Mw Querido waren eerder in Mei opgepakt en hebben de
oorlog niet overleefd.
Na een week vastgezeten te
hebben gebeurde er wat men beslist een wonder kan noemen.
Zonder veel verklaringen werd de familie Querido de avond voor het
transport naar Westerbork
door de toenmalige duitse commandant in Amsterdam vrijgelaten,
met de mededeling dat dit van tijdelijke aard was.
Aan dhr. Querido werd duidelijk gemaakt dat hij zich de komende weken
beschikbaar moest houden.
Deze begreep echter, het was nu of nooit.
Hij dacht direct aan zijn vriend Wertheim en aan het moedige aanbod van
Gerrit Koenekoop.
Zo kwam het dat binnen een paar dagen de hele familie Querido in
Bleiswijk kon onderduiken.
Eerst werd door dochter Nel Koenekoop de baby gehaald. Vanuit Amsterdam
met de trein, 's avonds laat.
Bedekt door de duisternis.
Om geen extra gevaar te lopen in een omgeving waar iedereen haar kende,
is ze lopend met de baby in haar armen van Rotterdam naar Bleiswijk
gekomen.

De dag daarop is mw. Querido 's avonds door dhr. Koenekoop zelf
gehaald.
Het was slecht weer het regende pijpenstelen.
Zijn dochter Annie, die al in het verzet zat samen met haar toenmalige
verloofde
Rien Slootmaker, stond het tweetal in Rotterdam op te wachten.
Achterop de fiets werd Mw Querido naar Bleiswijk gebracht.
Op dezelfde manier is ook dhr.
Querido de volgende avond naar Bleiswijk overgekomen.
Het werd een beetje krap met
zoveel mensen ten huize
Koenekoop. De "gasten" moesten uiteraard geheim worden gehouden.
Met dhr. Wertheim die alléén was, werd overeengekomen dat hij naar een
ander adres ging in de nabijheid van Bleiswijk. (t.w. de “molen”).
De hartelijkheid waarmee de fam.
Querido op de Dorpsstraat is ontvangen is memorabel...……
Vaak heeft mijn moeder mij verteld over toen ze daar aankwam.
In een vreemd huis met mensen die ze niet persoonlijk kende, het haar te
moede was alsof ze op theevisite kwam.
Zo hartverwarmend was de ontvangst dat ze zich onmiddellijk thuis
voelde.
De verstandhouding tussen beide families is van het begin af aan
gedurende hun hele verdere leven uitmuntend geweest.
Ook de baby, direct Umpie genoemd
(mede uit veiligheidsoverweging) werd als een eigen kind behandeld.
Geen moeite was teveel om in al het denkbare te voorzien.
Vanaf eind Juni l943 tot Oktober l944 bleef de familie Querido
bij Koenekoop ondergedoken.
Natuurlijk moesten er de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen
worden genomen.
Zo mocht niemand in het dorp van hun bestaan afweten en waren alleen de
toenmalige burgemeester Baan en

dokter Karremans op de hoogte van de situatie.
Dit mede in verband met een kinderziekte van Umpie, maar ook voor dhr.
Querido die aan een hartconditie leed.
Wat betreft de voedsel voorziening is het de moeite waard te vermelden
dat ondanks het feit dat er geen extra voedselbonnen voor de “gasten”
waren,
Opa Koenekoop er altijd in slaagde genoeg eten voor iedereen in huis te
hebben.
Zelfs voor diegenen die honger leden en aan de deur kwamen,
er werd altijd wel een brood of eieren verstrekt,
gratis.
In Oktober l944 dreigde het alsnog
mis te gaan.
Laat op een zondagmiddag vielen plotseling twee SS-ers het huis
binnen.
Ze troffen daar zowel de fam. Koenekoop als de fam.Querido aan.
Achteraf bleken de SS-ers gedeserteerd te zijn, maar dat wist men toen
nog niet.
Een NSB-er had het geheim aan ze verraden en ze namen Mw. Querido als
gijzelaar mee .
Het was duidelijk dat hierna niemand meer op het adres in de
dorpsstraat 47 kon blijven.
Diezelfde avond nog zijn allen in koortsachtige haast vertrokken,
waarna de duitsers de huisraad en voorraden hebben geplunderd.
Dhr Rien Slootmaker, actief in het verzet van Zuid-Holland
heeft dhr. Querido naar een tijdelijk veilig adres gebracht.
Umpie is opgevangen door de familie Wieriks in Zoetermeer.
Het echtpaar Koenekoop alsmede hun 4 kinderen hebben allemaal een
verschillend
onderkomen moeten zoeken, waar ze tot eind April l945 hebben
moeten blijven.
Om Mw. Querido te bevrijden is toen door de ondergrondse van regio
Zoetermeer, een overval opgezet.

Hierover is meer te lezen in het boek “Toen het manna viel”.
Men was te weten gekomen dat ze werd vastgehouden in een boerderij in
Moerkapelle.
Een team van het verzet waaronder Rien Slootmaker, Annie Koenekoop,
Piet Lenkeek en Tinus Herwijnen hebben hieraan deelgenomen.
De
strijd was kort maar hevig en mw Querido kon worden bevrijd.
Er is toen ook voor haar en voor haar man plaats gemaakt
in het huis van de koster Piet Wieriks en zijn vrouw Sjaan.
.jpg)
Tot de dag van de bevrijding is de familie Querido daar in huis geweest.
Later heeft men aan Gerrit Koenekoop
gevraagd of hij geen spijt had
dat hij de onderduikers in huis had genomen.
Hijzelf en zijn gezin moesten immers ook een half jaar hun huis uit.
Zijn antwoord was:
“Het enige waar ik spijt van heb is, dat ik de ouders van mw
Querido niet heb kunnen redden".
Dit was Gerrit Koenekoop senior ten voeten uit.
Niet voor niets zijn hij en zijn echtgenote postuum en Rien Slootmaker
bij leven,

geëerd met de Israëlische Yad Vashem onderscheiding.
Deze onderscheiding wordt uitgereikt aan de Rechtvaardigen onder de
mensen.
Hun namen zijn in goud gegrift in de grote muur van het Holocaust Museum
in Jeruzalem.
Na de bevrijding werd duidelijk dat de fam. Querido geen huis,
geen bezittingen, kortom niets meer bezat.
Ze zijn toen door Gerrit Koenekoop direct weer naar Bleiswijk
teruggehaald en hebben daar tot December l945 gewoond.
Dhr Querido kreeg een huis toegewezen in Amsterdam.
Aangezien hij helemaal niets meer bezat behalve de kleren die hij
droeg,
heeft dhr. Koenekoop zonder aarzelen een deel van zijn stoffen plus een
naaimachine aan dhr Querido gegeven.
Dit stelde hem in staat, samen met zijn gezin, weer een nieuw leven op
te bouwen.
Ook benodigde huisraad werd naar Amsterdam versleept.
Op 26 februari 1946 trouwde Annie
Koenekoop met haar Rien Slootmakers in Bleiswijk,
 
waarbij ik getuigen mocht zijn met Lenie Slootmaker als bruidsmeisje.
Mijn ouders wilden dolgraag wat terugdoen.
Ze vroegen zich af “hoe kunnen wij de fam. Koenekoop eren”?
Na beraadslagen met burgemeester Baan is toen besloten dat door dhr.
Querido en uit naam van Umpie
een gedenksteen geplaatst zou worden in het toenmalige gemeentehuis.
Deze zou verwijzen naar de bijzondere gebeurtenis dat dhr Koenekoop
diegene is geweest
die als eerste de Nederlandse vlag weer heeft gehesen op de Nieuw
Hervormde Kerk in Bleiswijk.

Deze gedenksteen is nog altijd te zien in het huidige
gemeentehuis.
60 jaren zijn verstreken.
Dhr Gerit Koenekoop en zijn vrouw (mijn “Oma) Cathrien zijn allang
overleden net als mijn beide ouders die in 1949 nog een dochter
kregen,
mijn zuster Vera Querido. Van de andere familieleden is alleen nog mijn
geliefde tante Annie Slootmaker-Koenekoop in leven.
Wij willen de toorts brandend houden .
De kleinzoon van Gerrit Koenekoop, ook een Gerrit Koenekoop woont met
zijn gezin in Bleiswijk.
De geschiedenis mag niet vergeten worden net zomin als de heldenmoed van
deze familie en de inspirerende figuur van dhr.Gerrit Koenekoop Sr.
wiens lijfspreuk was :“Al wat Gij aan
mijn minste broeder doet, doet Gij aan Mij”.
.
UMPIE
 |
|
|
|