Prinses Juliana

   

Koningin Juliana
Louise Marie Wilhelmina van Oranje-Nassau.

 

Koningin der Nederlanden (1948-1980), Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, Hertogin van Mecklenburg.


Juliana wordt geboren 30 april 1909 te 's Gravenhage als dochter van Hendrik van Mecklenburg (1876-1934) en Koningin Wilhelmina (1880-1962).
Zij trouwt op 7 januari 1937 te 's Gravenhage met Graaf Berhnard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter von Lippe-Biesterfeld (geb. 1911 te Jena), Prins zur Lippe-Biesterfeld (1916).
Zoon van Prins Bernhard Kasimir Friedrich Gustav Heinrich Wilhelm Eduard von Lippe en Barones Armgard Kunigunde Alharda Agnes Oda von Cramm.
In september 1936 verloven Prins Bernhard en Prinses Juliana zich en op 7 januari 1937 werd het (burgerlijk) huwelijk gesloten gevolgd door het kerkelijke huwelijk in de Grote Kerk.
Prinses Juliana overleed op zaterdag 20 maart 2004 om 05:20 uur op 94 jarige leeftijd in het bijzijn van haar vier dochters Beatrix, Irene, Margriet en Christina en haar man Prins Bernhard.

De geboorte van Prinses Juliana was welkom, het Oranje huis zou immers uit kunnen sterven. Op advies van de pedagoog Jan Ligthart besluiten haar ouders haar in klassikaal verband lager onderwijs te geven. In de periode 1915-1920 krijgt zij les met enige leeftijdgenootjes in een klasje op Huis ten Bosch. Koningin Wilhelmina geeft hier zelf godsdienstles. Na deze periode krijgt Juliana privé-les. Van 1927 tot 1930 volgt zij colleges aan de Universiteit te Leiden. De rechtsstudente Martina Tjeenk Willink, noviaatpraeses van de Vereniging van Vrouwelijke Studenten te Leiden, is de mentrix van de Prinses. Er ontstaat een grote vriendschap tussen beide dames.


Als Prinses Juliana meerderjarig wordt neemt ze op 2 mei 1927 zitting in de Raad van State. In 1930 ontvangt Prinses Juliana een eredoctoraat in de letteren en wijsbegeerte. In de crisisjaren komt het Nationaal Crisiscomité stand op initiatief van de Prinses. Ondertussen maakt het kabinet zich zorgen over het ongehuwd blijven van de Prinses. Op 7 januari 1937 zijn deze zorgen voorbij als zij met de Duitse Prins Bernhard von Lippe-Biesterfeld huwt. Het paar vestigt zich op het Paleis Soestdijk, een vleugel wordt compleet opnieuw ingericht dit was het geschenk van het Nederlandse volk. Bij het Koninklijke Besluit van 8 januari 1937 wordt vastgesteld dat eventuele kinderen van Prinses Juliana de naam Van Oranje-Nassau zouden dragen.
Bij Koninklijk besluit van 3 december 1936 wordt Prins Bernhard benoemd tot kapitein (ritmeester) bij de Koninklijke Landmacht en luitenant-ter-zee 1ste klasse bij de Koninklijke Marine. Bij Koninklijk besluit van 6 januari 1937 werd aan Prins Bernhard de titel Prins der Nederlanden verleend en werd tevens benoemd tot adjudant in buitengewone dienst van Koningin Wilhelmina.
Als de Duitsers in mei 1940 binnen vallen vlucht het Koninklijk gezin naar London, de kroonprinses vestigt zich in Ottawa (Canada) waar ze blijft totdat de oorlog voorbij is. In april 1945 komt ze aan met haar moeder in het zuidelijke bevrijde deel van Nederland waar de Prinses zich vestigt in Breda. Hier werkt ze mee aan een hulpactie voor de mensen in noord Nederland.
Op 10 oktober 1947 wordt Prinses Juliana bij de wet tot regentes benoemd en 4 dagen later werd zij beëdigd.
Koningin Wilhelmina doet op 4 september 1948 troonafstand Juliana volgde haar die dag op.


Haar menselijkheid en eenvoud vallen goed bij het Nederlands volk waardoor ze erg populair wordt.
Op 18 februari 1947 wordt Prinses Maria Christina van Oranje-Nassau geboren, het prinsesje is gedeeltelijk blind en wordt verscheidende keren geopereerd. De oorzaak hiervoor wordt toegeschreven aan dat Juliana de ziekte Rode Hond tijdens haar zwangerschap had opgelopen. Haar ouders besluiten in 1948 de hulp van gebedsgenezeres Margaretha Hofmans (1892-1968) in te roepen. Zij beweert als 'gebedsgenezeres' een gunstige invloed op de genezing te kunnen uitoefenen. Margaretha krijgt een eigen kamer op Soestdijk. De invloed van deze dame op Koningin Juliana blijkt groot te zijn als haar toespraken mystieke kanten krijgen (USA). Het kabinet wordt in verlegenheid gebracht en ook Prins Bernhard toont een groeiende afkeer van de gebedsgenezeres. In 1956 wordt besloten dat er een onderzoek moest komen, deze werd uitgevoerd door de heren dr.L.J.M.Beel, ds.P.S.Gerbrandy en jhr.dr.A.D.W.Tjarda van Starkenborg Stachouwer. Dit leidde ertoe dat Juffrouw Hofmans uit het koninklijke leven verdween en een reorganisatie van het secretariaat van de koningin.
Op 27 december 1949 ondertekent Koningin Juliana de akte van soevereiniteitsoverdracht en erkenning van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië te Amsterdam.


Juliana is goed op de hoogte van alle staatszaken en onderhield en liet, wanneer ze dat nodig vond, haar autoriteit gelden. Koningin Juliana is niet bang haar morele opvattingen kenbaar te maken wat soms spanningen tussen de Koningin en het kabinet veroorzaakte. Dit blijkt ook wel bij de gratie verzoeken van Duitse oorlogsmisdadigers. Zij verzet zich vanaf 1950 tegen de verdere executies van de oorlogsmisdadigers. In 1950 verleent ze gratie aan de Duitsers Kotälla, Aus der Fünten en Fischer, deze werden bekend als de drie van Breda. Dit riep hevige protesten op van ondermeer Kamerleden, de pers, en natuurlijk de Joodse kerkgemeenschappen.
In 1952 heeft Koningin Juliana een conflict met het kabinet als zij aandringt op gratiëring van de ter dood veroordeelde W.Lages. Zij dreigt zelfs met troonafstand waarop het kabinet zwicht.
Voor Nieuw-Guinea wenst zij een vreedzame oplossing en tekent voor de overdracht in 1965. En op 25 november 1975 tekent zij voor de onafhankelijkheid van Suriname.
De huwelijken van haar dochters Irene in 1964 en Beatrix in 1966 zorgen weer voor grote beroering onder het Nederlandse Volk. In 1976 krijgt zij te maken met de "Lockhead vliegtuig affaire" rondom Prins Bernhard. Ook hier dreigt Juliana met troonafstand als het onderzoek zich zal voortzetten.


Bernhard zou tussen 1960 en 1962 voor een miljoen dollar aan steekpenningen hebben ontvangen, hij zou zelfs om meer gevraagd te hebben in 1974. Prins Bernhard bleef ongestraft met behulp van een incompleet rapport van de commissie 'Donner'. In augustus 1976 komt het tot een hoogtepunt in de Lockhead affaire. De Prins erkent dat hij niet juist had gehandeld met de vliegtuigfabrikant Lockhead. Hierop moet hij zijn militaire functies neerleggen.
Ook werd de Prins beschuldigd voor de oorlog lid te zijn geweest van de Duitse SS, door ingrijpen van de BVD werd het onderzoek gestaakt. Niettemin is Bernhard zeer verdienstelijk geweest voor Nederland tijdens de Tweede Wereld Oorlog.
Op het landgoed Reckenwalde (heden Woynowo) bij de Poolse grens groeit Prins Bernhard op. Het krijgt thuis les en later gaat hij naar de kostscholen in Züllichau en Berlijn. Later bezoekt hij soms colleges in rechten te Lausanne, München en Berlijn. Als een echte student houdt hij wel van een feestje. In 1933 zet hij zich in voor het Referendar-examen, een soort doctoraal in rechten, waar hij in 1935 voor slaagt. Hierna gaat hij werken bij het Duitse chemisch concern Interesse Gemeinshaft (I.G) Farben en krijgt een functie in Parijs. De levenslustige Prins woont in bij Graaf Kotzebue. Na het huwelijk wordt bij Koninklijk Besluit op 6 januari 1937 de Prins de titel 'Prins der Nederlanden' verleend. Hij staat naast zijn schoonmoeder als Adjudant. Na de Duitse inval in mei 1940 weigert de Prins het land te verlaten terwijl Koningin Wilhelmina erop staat dat hij meegaat. Na enige bemiddeling gaat de Prins mee. In maart 1941 haalt Prins Bernhard zijn militaire vliegbrevet bij de R.A.F. en krijgt de rang Honorary Air Commandore. In 1942 wordt hij benoemd tot Schout-bij-nacht en Generaal-majoor. In 1943 wordt hij Vice-admiraal en Luitenant-generaal. Op 13 september 1944 wordt hij bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten. In zijn aanwezigheid vindt op 5 mei 1945 in hotel De Wereld te Wageningen de onvoorwaardelijke overgave van de Duitse troepen in Nederland getekend. Na de oorlog wordt Prins Benard ontheven van zijn functies en wordt in 1945 benoemd tot Inspecteur-generaal van de Koninklijke Landmacht en in 1946 van de Koninklijke Marine en in 1953 van de Koninklijke Luchtmacht. In 1970 wordt deze functie samengevoegd tot Inspecteur-generaal der Krijgsmacht.


Voor zijn verdiensten tijdens de oorlog krijgt Prins Bernhard in 1946 het Commandeurskruis van de Militaire Willemsorde en het Vliegerskruis. Hij is de oprichter van het Prins Bernhard Fonds en deelt jaarlijks de Zilveren Anjer uit.
In 1958 is Prins Bernhard de oprichter van de Stichting Praemium Erasmiamum op die geldprijzen verleent aan personen of instellingen die voor Europa een belangrijke prestatie hebben geleverd. Van 1956 tot 1976 is hij President van de Europese Culturele Stichting. Prins Bernhard is gek op reizen en is graag in Afrika, tijdens zijn reizen brengt hij vele handels- en vriendschapsbanden tot stand. Van 1961 tot 1977 is hij President van het Wereld Natuur Fonds en daarna als voorzitter van de Nederlandse afdeling hiervan. Hij is actief in de strijd tegen neushoornstroperij en de ivoorhandel. De hoogbejaarde Prins heeft keelproblemen en heeft al talloze (keel)operaties achter de rug.
Sinds de troonafstand van Koningin Juliana trad Prins Bernhard ook steeds meer naar de achtergrond. Hij zette zich in het openbaar alleen nog in voor de natuur en bedreigde diersoorten. In 1991 mocht Prins Bernhard zich weer in militair uniform vertonen, en was hij present bij de 50ste herdenking van de bevrijding in 1995.
Op 15 oktober 2002 is Prins Bernhard, die begrafenissen verafschuwd, toch aanwezig bij de bijzetting van zijn schoonzoon Pins Claus (1926-2002) in de Nieuwe Kerk te Delft.


Het paar Juliana en Bernhard krijgen 4 kinderen, alle dochters;
Beatrix Wilhelmina Armgard,
Irene Emma Elisabeth,
Margriet Francisca,
Maria Christina
.
In 1980 doet Koningin Juliana troonafstand ten behoeve van haar oudste dochter Beatrix. Juliana's sociale maatschappelijke bewogenheid zet zich in de jaren hierna nog voort, ze zet zich in voor o.a. de gehandicapten. Ze blijft op Soestdijk wonen en gaat graag op vakantie naar het Italiaanse Porto Ecole en 's winters naar het Oostenrijkse Lech.
In 1998 breekt de Prinses haar heup, maar ze is toch nog aanwezig op het huwelijk (29 mei) van haar kleinzoon Prins Maurits met Mariléne van den Broek. Een opmerkelijke gebeurtenis tijdens dit huwelijk was dat Prinses Juliana was dat de Prinses de hostie van de priester tot zich nam. Sinds eind jaren 1990 leeft de hoogbejaarde (90+) Prinses een teruggetrokken leven en vertoont zich niet meer in het openbaar. Dit door haar achteruitgaande gezondheid. Officieel werd dit in februari 1998 per brief bekent gemaakt




In 1255 verdeelde de broers Walram van Nassau en Otto van Nassau het Graafschap Nassau, zo ontstonden er 2 linies: De Walramse Linie en de Ottoonse Linie. Ons koninklijk huis stamt uit de Ottoonse lijn. In mannelijke lijn stierf deze tak uit met de dood van Koning Willem III in 1890. Hij was de Koning der Nederlanden en Groothertog van Luxemburg. Volgens een verbond uit 1783 tussen de verschillende Nassau takken ging Luxemburg over op de Walramse linie (Nassau-Weilburg).
Koning Willem III (Ottoonse Linie) overleed in 1890 en in 1912 stierf met de dood van Groothertog Willem IV van Luxemburg ook de Walramse linie in de mannelijke lijn uit. Zo stamt het tegenwoordige Nederlands Koningshuis in de vrouwelijke lijn van Ottoonse linie en het Luxemburgse Groothertogelijke huis in de vrouwelijke lijn van de Walramse tak. Sinds 1987 is Nassau de officiële naam van de Luxemburgse dynastie.
Ook in Nederland wilde men de historische naam Van Oranje-Nassau behouden. Op 8 februari 1901 wordt bij Koninklijk Besluit vastgesteld dat eventuele kinderen van Koningin Wilhelmina de naam Van Oranje Nassau, zonder streepje, zouden dragen.
Bij het Koninklijke Besluit van 8 januari 1937 bepaalde ditzelfde voor de eventuele kinderen van Prinses Juliana, echter dan met het streepje, Van Oranje-Nassau.
Bij het Koninklijk Besluit van 16 februari 1966 werd geregeld dat de eventuele kinderen van Prinses Beatrix de naam Van Oranje-Nassau zouden krijgen. De kinderen van (bijv.) Prinses Magriet is bij Koninklijk Besluit van 2 januari 1967 geregeld dat enkel de persoonlijke, dus niet erfelijke, titel Prins of Prinses van Oranje-Nassau wordt verleend, gevolgd door de geslachtsnaam van de vader.





Bronvermelding:
Reinildis van Ditzhuyzen - Oranje-Nassau.
Een biografisch woordenboek. Haarlem [Becht] 1992, 1998, 2003
Een geweldig boek over de Oranje-Nassau's en hun geschiedenis. Bevat 272 korte biografieën van (Oranje-)Nassaus, hun echtgenoten en hun afstammelingen. Het boek bevat een uitklapbare stamboom van alle takken van de Oranje-Nassau's.
Een echte aanrader !
ISBN 9023011244, uitgever: Gottmer/H.J.W. Becht, aantal paginas: 280.
(Een nieuwe druk verschijnt dit jaar !!!).

Reinildis van Ditzhuyzen - Het Huis van Oranje. De Oranjes in een handomdraai. ABC van ons vorstenhuis. Amsterdam [Balans] 2002.
(ISBN 90 5018 568 1, NUGI 698)
De geschiedenis van het Nederlandse vorstenhuis. Reinildis van Ditzhuyzen heeft een handzaam en origineel naslagwerk gemaakt. Ze stelde een ABC samen van alles wat zich in en rond het hof afspeelt, in heden en verleden.
Wie was de eerste Beatrix, wat is een passade, wat deed een stadhouder eigenlijk ? De vele trefwoorden geven een uniek beeld van het Huis Oranje-Nassau: funcies, gewoontes, hobby's, ziektes, folkore, huwelijken en geboortes, echtscheidingen en begrafenissen. Van AA nummerbord tot Willem de Zwijger, van Erfprins tot Stalmeester, een schitterende verzameling begrippen, anekdotes, feiten en wetenswaardigheden.
Extra informatie: Ingenaaid, 316 pagina's, met illustraties, verschenen: April 2002, gewicht: 445 gram, formaat: 201 x 135 x 17 mm,

Leidsegracht 22, 1016 CL te AMSTERDAM. Tel. (31)(0)20 626 89 82 - fax. (31)(0)20 622 34 81.


Drs. Reinildis van Ditzhuyzen studeerde geschiedenis in Wenen, Salzburg, Barcelona en Brugge (Europa College). Zij is auteur van een twaalftal boeken over diverse onderwerpen.
Onder meer werd zij bekend door Oranje Nassau, een biografische woordenboek, waardoor ze regelmatig op radio en tv verschijnt. Ze houdt lezingen en schrijft voor NRC Handelsblad.
Ook van Drs. Reinildis van Ditzhuyzen: Hoe hoort het eigenlijk ?
Amy Groskamp-ten Have (geheel herziene uitgave door Reinildis van Ditzhuyzen) Uitg. Becht Haarlem, 1999; 334 blz.
Hoe hoort het eigenlijk ? geldt in Nederland als het standaardwerk over etiquette. Amy Groskamp-ten Have was de eerste die de regels voor een groot publiek op schrift stelde. Al vrijwel direct na het verschijnen van dit boek in 1939 was de titel synoniem met etiquette.
ISBN 90-230-1015-9.



Dr. H.P.H. Jansen - Geschiedenis van de Lage Landen in jaartallen.
Klaas Jansma & Meindert Schroor - 10.000 jaar geschiedenis der Nederlanden.
Drs. A. F. Wyers - Encyclopedie.
Nassau en Oranje in de Nederlandse geschiedenis.
Marieke E. Spliethoff - Oranje-Nassau van A - Z
Internet

 
   Start  Nieuws  Vlaggenprotocol    
       

U kunt een e-mailbericht met vragen of opmerkingen over deze website verzenden aan webmaster@Oranjecomite-Bleiswijk.nl.
Copyright © 2001 Stichting Oranjecomité Bleiswijk - Laatst bijgewerkt: 20 maart 2004